ACUPUNCTUUR


Acupunctuur is een woord dat komt uit het latijn en betekent niet meer dan met naalden prikken.

De oude Chinezen hebben dit gebruikt als methode om ziektes te behandelen. Ook bij Nederlanders meer dan duizend jaar geleden was de geestelijke grondslag van het leven vanzelfsprekend. Dit leidde tot een benadering van ziekte en gezondheid die geworteld is in een spirituele benadering, en zich uit in een behandeling van het lichaam. Dat kan tegenstrijdig lijken als je lichaam en ziel gescheiden ziet, maar niet als je ze alleen ziet als twee aspecten van een groter geheel.

Bij de behandeling van het lichaam ervaren ook wij gevoelsmatige veranderingen en aanpassingen. Die uitgebreidere effecten heeft de TCM (dat is: Traditional Chinese Medecine) in zijn behandelingen betrokken. De acupunctuurnaalden bereiken vooral de omhulsels van de spieren en op de vingers de banden van de gewrichten. Daar hebben ze een activerend of ontspannend effect. De activiteit van de spieren is natuurlijk afhankelijk van de houding en activiteiten van een persoon. Maar vooral ook van hoe deze worden gebruikt. Daarmee kan acupunctuur een aanzet geven tot een andere spierspanning in het lichaam en daarmee een ander functioneren van het lichaam.

Dat houding en activiteit samenhangen met emoties lijkt me voor iedereen duidelijk. En daarmee is de link naar een beïnvloeding van het algemene functioneren gelegd.

Dat acupunctuur niet helpt zonder verdere aanpassingen door de behandelde persoon lijkt me ook evident. Soms kunnen veranderingen spontaan plaatsvinden, maar vaak zal de behandelde persoon ter ondersteuning ook zelf maatregelen moeten treffen in de zin van nieuwe gewoontes ontwikkelen met ritme, beweging en voedselinname.